01 jan Geen Kinderen
Verschenen in Sfinx;
Tijdschrift voor persoonlijke en sociale vernieuwing
Jaargang 2002, nummer 1
Daar staan we dan. Met zijn allen rondom het ziekenhuisbed. De trotse moeder met haar pasgeboren zoontje is het middelpunt van onze belangstelling. Het is haar tweede kind dat in het ziekenhuis wordt geboren. Ze is een beetje teleurgesteld omdat ze voor de tweede keer is bevallen met behulp van een keizersnede. Dit keer had ze zo graag willen bevallen zonder complicaties. Ze had haar kind zelf op de wereld willen zetten, zonder chirurgische ingreep. Om de beurt dragen we het nieuwe mensje in onze armen. De grootouders eerst, dan de tantes en ik.
Er gaat heel wat door me heen terwijl ik de baby vasthoud. Ik heet hem welkom op deze aarde en wieg hem zachtjes heen en weer. Ik volg zijn ademhaling en probeer contact met hem te maken. Maar hij is nog helemaal in zijn eigen wereld teruggetrokken, hij is zo vredig en kwetsbaar tegelijk. Wat staat hem allemaal nog te wachten in zijn leven, hoe zal zijn levenspad lopen? Ik zou hem willen beschermen, als een goede moeder, tegen alles en iedereen die hem onrecht wil aandoen. Maar ik ben niet zijn moeder. Er golft een pijnlijk gevoel door me heen. Ik ben van niemand de moeder. Ik ben ook geen oma en zal ook nooit moeder of oma worden. Ik heb immers geen kinderen. Ik kijk naar het bed en zie hoe de jonge kraamvrouw een cadeautje pakt uit een grote mand. Tien cadeautjes zitten erin, een baby -shower voor de eerste tien dagen, voor elke dag een pakje. Ik ben een beetje jaloers op haar, niet op haar operatie, maar wel op de baby-shower en haar moederschap. Hoe zou het zijn geweest als ik zelf een kind had gebaard? Ik zou willen dat ik dit ook ooit had meegemaakt.
Vrijwillige kinderloos
Ik heb nooit kinderen gekregen. Toen het nog kon in mijn leven was ik er niet aan toe. Ik wilde liever een carrière dan kinderen. Met die vrijwillige kinderloosheid paste ik perfect in het tijdsbeeld: vrijwel niemand van mijn werk-ende vriendinnen en collega’s had kinderen. Wij waren carrièrevrouwen, wij hadden een achterstand op mannen in te halen en zouden laten zien dat we net zo goed waren als mannen, zo niet beter. Ons gedrag paste in de bedrijfscultuur. Het was een keurslijf dat voor mij tevens dienst deed als overlevingsstrategie. De ratio voerde de boventoon en mijn gevoelsleven zat in de ijskast. Ik was in feite een speelbal van de buitenwereld. Immers, een ambitieuze houding in het werk kwam mijn baas goed van pas, want we moesten omzet draaien. Ik denk dat die eenzijdige keuze voor een rationele, prestatiegerichte werkhouding een grote vergissing is geweest, want ik heb er mezelf niet alleen het moederschap mee ontnomen maar ook mijn gezondheid er flink mee op het spel gezet.
Kinderwens
In 1993 moest ik worden geopereerd, waarbij zowel mijn eierstokken als mijn baarmoeder werden verwijderd. Ik was er eigenlijk slecht op voorbereid dat het zo’n omvangrijke ingreep zou kunnen worden. De dag voor de operatie vroeg de gynaecoloog of ik nog een kinderwens had. Dat was een confronterende vraag voor mij. Ik twijfelde wat ik zou gaan zeggen, ik wist het eigenlijk niet. Twee jaar daarvoor was ik gescheiden en er was op dat moment in mijn leven niet echt een aanleiding om een gezinnetje te stichten. Eigenlijk had ik nooit een diep gekoesterde kinderwens ervaren. De dokter vatte mijn twijfel op als een ‘ja, ik wil nog kinderen’, daar zou hij bij de operatie rekening mee houden zei hij. Maar toen puntje bij paaltje kwam tijdens de operatie, bleek zijn belofte om medische redenen niet verantwoord te zijn. Weg baarmoeder, weg eierstokken, weg vruchtbaarheid. Niet langer meer ongesteld, vrijwel geen oestrogeenhormonen meer. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Van het ene moment op het andere was een van de meest fundamentele bronnen van mijn vrouw-zijn verdwenen: de mogeli-jkheid om kinderen te krijgen was voorgoed voorbij. Toch kwam mijn rouwproces over mijn onvruchtbaarheid pas veel later op gang. Mijn grootste zorg van dat moment was gek genoeg niet mijn gezondheid. Ik was ervan overtuigd dat ik niet dood zou gaan, de operatie was precies op tijd gekomen en ik had wat dat betreft gewoon geluk gehad. Over mijn seksualiteit maakte ik me meer zorgen. Zou ik nog wel gewoon kunnen vrijen, zou ik nog wel een orgasme kunnen krijgen met alles erop en eraan? De gynaecoloog raadde me aan om tenminste 6 weken geen seks te hebben, daarna mocht ik het weer gaan proberen. Zes weken! Wat leek dat lang. Toen het eindelijk zover was en ik voorzichtig weer probeerde vriendschap met mijn vagina te sluiten kon ik wel huilen van geluk. Alles ‘deed’ het nog en er leek niets te zijn veranderd.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.