01 apr De onverbrekelijke samenhang; over het mannelijke en vrouwelijke in onszelf
Verschenen in Sfinx;
Tijdschrift voor persoonlijke en sociale vernieuwing.
Jaargang 2001, nummer 2
Minstens twaalf perioden zijn er in de westerse geschiedenis aan te wijzen waarin een omslag gemaakt had kunnen worden naar een meer gelijkwaardige positie tussen man en vrouw. Hoe kwam het dat vrouwen deze kansen niet duurzaam wisten te benutten en dat de mannelijke waarden telkens opnieuw de overhand kregen? In zijn boek: “Over vrouw en man; de onverbrekelijke samenhang”, gaat Allerd Stikker (1928) op zoek naar antwoorden, omdat naar zijn mening de mannelijke overheersing een duurzame ontwikkeling van de menselijke samenleving in de weg staat. Vanaf het ontstaan van de seksen tot en met de huidige stand van zaken schetst Stikker de oorsprong en de ontwikkeling van de mannelijke overheersing. Hij laat zien dat de mannelijke domi-nantie geen natuurlijk gegeven is, maar het resultaat van standpunten, keuzen en gewoonten. Er valt dus iets aan te doen. Het is de overtuiging van Stikker dat we nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, in de unieke positie verkeren om vrouwelijke en mannelijke waarden blijvend in evenwicht te brengen. (citaat uit de achterflap van het boek van Allerd Stikker; “Over vrouw en man De onverbrekelijke samenhang.” Uitgeverij Kopperlith & Co ISBN 90-254-1078-2. f 49,90/272p.
Het herstellen van de innerlijke balans
Stikker’s boek gaat ondermeer over de opvatting dat we de mens in de vrouw en de man weer moeten ontdekken en een nieuwe invulling moeten geven aan hun rol. Mannelijke overheersing is voor een groot deel verant-woordelijk voor de onderdrukking van de vrouwelijke kwaliteiten en voor het uitputten van de natuurlijke bronnen, zegt Stikker. En dat heeft volgens hem geleid tot een traditie die cultuur boven natuur stelt, dat de man boven de vrouw staat en de economie boven de ecologie. Ik heb het boek aangegrepen om op een rij te zetten waar en hoe deze traditie mijzelf als werkende vrouw heeft beïnvloed. De opvatting dat we de mens in onszelf weer moeten ontdekken zie ik als het herstellen van de balans tussen het mannelijke en het vrouwelijke in onszelf, als het terugvinden van onze essentiële identiteit. Voor mij betekent dat een weg afleggen naar binnen, een zoektocht naar essentie en het herstellen van die innerlijke balans tussen het mannelijke en het vrouwelijke in mijzelf. Het is uiteraard een heel persoonlijk proces. Een proces dat niet is afgerond, maar waar ik door vallen en opstaan meer belang aan ben gaan hechten. Ik ben gaan geloven dat het creatieve vermogen van vrouwen om leven in zichzelf te laten ontstaan het principe is waarin de wezenlijke vrouwelijke kracht besloten ligt en dat uit dit principe vrouwelijke innerlijke creatieve wijsheid voortkomt. Onze diepste creativiteit kan niet worden gedwongen. Zij heeft tijd en ruimte nodig om te ontwikkelen en te groeien. Zij moet afgestemd zijn op ons eigen innerlijke ritme net als alle andere biologische en ecologische processen in de natuur. Een zwangere vrouw gebruikt geen wilskracht om de baby te doen groeien. Zij kan ook niet met haar wil bepalen wanneer haar kind geboren zal worden. Die creatieve kracht komt naar haar toe. Zelf ervaar ik dit ook als ik probeer mijn wilskracht los te laten en me probeer over te geven en te vertrouwen op de in mij aanwezige levenspuls en innerlijke ritme.
Een mannelijke keurslijf als mijn overlevingsstrategie
Vele jaren deed ik het geheel anders. In mijn werk als trainer/consultant heb ik mij vaak bediend van eigen-schappen die stereotypisch als mannelijk worden ervaren. Zo heb ik als vrouw lange tijd successen geboekt met rationeel handelen, flink zijn, buitenkant, absolute beweringen en punten scoren. Ik had meer belangstelling voor de economie dan voor de ecologie, Liever was ik moedig dan dat ik de kans zou lopen iets te missen. Ik probeerde te pakken wat ik pakken kon, met als voornaamste doel zekerheid en een goede maatschappelijke positie. De beste wilde ik zijn en ik kon met een charmante glimlach en genadeloos genoegen de concurrent wegdrukken. Mijn leven zag er aan de buitenkant mooi uit, leuk werk met veel buitenlandse reizen, een leuke man en interessante kennissen. De ratio voerde de boventoon en mijn gevoelsleven zat in de ijskast. Mijn gedrag paste in de bedrijfscultuur en veel vrouwen in mijn werkende omgeving deden het net zo. Het was een keurslijf dat voor mij tevens dienst deed als overleefstrategie. Mijn overleefstrategie had inmiddels niet alleen mijn geest geblokkeerd, maar ook mijn vrouwelijke kant: Ik wilde liever een carrière dan kinderen. Met die vrijwillige kinderloosheid paste ik perfect in het tijdsbeeld: vrijwel niemand van mijn werkende vriendinnen en collega’s had kinderen .Wij waren carrièrevrouwen, wij hadden een achterstand op mannen in te halen en zouden laten zien dat we net zo goed waren als mannen, zo niet beter. Maar in feite was ik een speelbal van de buitenwereld. Mijn ambitieuze houding in het werk kwam immers mijn baas goed van pas want we moesten omzet draaien. Ik denk dat die eenzijdige keuze voor een rationele, prestatiegerichte werkhouding een grote vergissing is geweest want ik heb er mezelf niet alleen het moederschap mee ontnomen maar er ook mijn gezondheid flink mee op het spel gezet Achteraf ben ik gaan inzien dat ik mijzelf ontkrachtte. In feite heb ik er mijn eigen natuurlijke bronnen mee uitgeput.
Crisisperioden
Ik had meerdere crisisperioden nodig voordat bij mij een keerpunt intrad. Mijn echtscheiding en twee jaar later eierstokkanker waarbij zowel mijn eierstokken als mijn baarmoeder verwijderd moesten worden, waren niet voldoende voor me om echt stil te gaan staan en tot bezinning te komen. Ik werkte door alsof er niets aan de hand was, wilde vooruit, werken, niet ziek zijn maar gezond. Een vriendin raadde me aan in therapie te gaan. Stap voor stap daalde ik af door dikke lagen van mijn overleefstrategie van vastberadenheid en perfectionisme. Het viel me in die jaren niet mee om evenwicht te vinden tussen mijn behoefte aan onafhankelijkheid en mijn emotionele behoeften aan veiligheid en relaties. Ik idealiseerde het mannelijke daadkrachtige deel in mijzelf meer dan ik wilde toegeven en was vervreemd geraakt van de vrouwelijke pool van het leven van intuïtie en gevoelens. Daarvoor heb ik een hoge prijs betaalt. Want van de ene dag op de andere kon ik niet meer vooruit. Mijn energie was op. Wat volgde was een langdurige burn-out. Door toen eindelijk mijn tijd te nemen voor reflectie en bezinning ben ik er weer helemaal bovenop gekomen. Ik heb uiteindelijk ontslag genomen en ben als consultant voor mezelf begonnen. Sindsdien probeer ik als werkende vrouw om me niet langer (onbewust) te laten leiden door autoriteiten buiten mezelf, maar door mijn innerlijke creatieve wijsheid. Ik ben mij gaan afvragen wat de levensles was van mijn eierstokkanker. Daardoor ben ik gaan inzien dat ik op energetisch, psychologisch en spiritueel niveau mijn innerlijke mannelijke en vrouwelijke kanten niet had geïntegreerd. Door teveel een-zijdige nadruk op het mannelijke stuk in mijzelf te leggen probeerde ik het leven naar mijn hand te zetten met wilskracht en ratio. Ik zag niet dat ik inteerde op mijn vrouwelijke kant, mijn “eierstok-energie” en innerlijke creativiteit, die niet met wilskracht kan worden gedwongen. Door deze essentiële bron en mijn echte identiteit jarenlang weg te drukken pleegde ik uiteindelijk enorme roofbouw, zowel op mijn lichaam op mijn geest. In die zin kan ik mijn leven vergelijken met wat Stikker in zijn boek beschrijft als de onderdrukking van vrouwelijke kwaliteiten. Natuurlijk hoefde ik en hoefden andere vrouwen de mannen niet na te doen. Maar ik had toen geen andere strategie dan deze overleefstrategie. Ik verdrong er herinneringen mee van eenzaamheid en onveiligheid die ik als kind had ervaren en het gebrek aan eigenwaarde dat er het gevolg van was. Al met al ben ik mij ook gaan realiseren dat mijn jarenlange overleefstrategie me ook positieve dingen heeft opgeleverd. Zonder deze overleefstrategie zou ik nooit zoveel zakelijk inzicht, efficiëntie, nieuwsgierigheid, strijdlustigheid en moed hebben opgebouwd. Eigenschappen die me nog steeds in mijn werk goed van pas komen, alleen gebruik ik ze nu meer in balans met mijn innerlijke gevoelsleven.
Mijn toekomst
Wat mijn werk betreft zie ik mijzelf in de toekomst als professionele “heelmaker” en verbinder in organisaties. En om gezond te blijven kan ik het beste mijn innerlijke creatieve kracht op een levenversterkende manier ge-bruiken. Ik wil daarbij de herstelde balans gebruiken tussen mijn intuïtieve, dienstbare, creatieve kwaliteiten en mijn intellectuele, daadkrachtige en gepassioneerde kant. Niet alleen in organisaties als geheel maar ook tus-sen afdelingen en mensen onderling. Daarnaast wil ik ook een verbinding leggen tussen de doelstellingen van organisaties en maatschappelijke doelstellingen. Dat betekent dat ik mij als vrouw in mijn werk altijd de vraag wil stellen hoe mijn taak is verbonden met die van anderen. Ik wil me die onderlinge verbondenheid bewust maken. Zo help ik een brug te slaan tussen economie, ecologie, mensenrechten en ethiek. Een duurzame brug tussen people, planet en profit. Voor mij representeren mijn eierstokproblemen op een symbolische manier mijn gewonde vrouwelijke kant. Het imiteren van de manier waarop mannen in de wereld staan past niet langer bij mijn innerlijke waarden en behoeften aan verbinding en relationele samenhang.
Maatschappelijke verandering
Ik denk dat Allerd Stikker met zijn pleidooi voor meer balans tussen het mannelijke en het vrouwelijke in het bedrijfsleven erop doelt dat een grotere vrouwelijke aanwezigheid in de bestuurskamers van bedrijven er voor zal zorgen dat de financiële, ethische, ecologische en sociale besluitvorming evenwichtiger zal verlopen. Naar mijn mening begint organisatieverandering met persoonlijke verandering. Organisaties transformeren immers niet vanuit zichzelf, maar vanuit de mensen die er werken. Noodzakelijke voorwaarde voor transformatie van organisaties lijkt mij de bereidheid van de leiding om eigen waarden en gedrag te onderzoeken. Dat kan leiden tot persoonlijke transformatie. Bij persoonlijke transformatie gaat het om emotionele intelligentie. Het heeft betrekking op zelfkennis, relaties met anderen, empathie, communicatieve vaardigheden en het ontwikkelen van een missie en een visie. Ik heb zelf ondervonden dat emotionele intelligentie is te leren. Bij het proces van organisatieverandering zou voor vrouwen wel eens een belangrijke rol kunnen zijn weggelegd.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.